'; ?> Toeristen in de mist | Anneke & Stiaan op trot!
September 17, 2011

In Nieuw-Zeeland rijd je steeds met verbazing rond. Je doorkruist de meest fantastische omgeving. Op een strook van amper 100km zwengel je tussen bergen, regenwouden, weilanden en klifranden. Alles ligt hier op een zakdoek. Het Zuidereiland is een streling voor het oog. Voor je het goed en wel beseft is het landschap weer eens totaal veranderd. En dat gaat zo eindeloos door. Van schapen naar koeien langs wijngaarden en verlaten stranden. Van links naar rechts. Van hot naar her. Je weet niet waar eerst kijken.

Via Dunedin duiken we de Catlins in. Deze regio is een fantastisch samenspel van golvende weilanden, mysterieuze bossen en godverlaten baaien. Meteen ook de ideale plek om dieren te spotten zoals de geeloogpinguïn die ‘s avonds in Curio Bay stranden. Met de Zuidpool in zicht zijn de Catlins best een bezoekje waard. Omwille van de regen en het late uur moeten we ons bezoek aan de Catlins afronden en doorrijden richting Invercargill, de meest saaie stad van het zuiden. Hier valt amper iets te beleven. Enkel Bert Munro’s Fastest Indian geeft deze stad ietwat kleur. Via dit gedrocht rijden we door naar Te Anau, de poort tot de wondere wereld van de fjorden.

Niets is zo mysterieus dan diepuitgesneden rotsen waar je door kan varen. Met mistig en regenachtig weer is het mysterie nog groter. Je kan via Te Anau de Milford en Doubtful Sound per boot verkennen. Wij gaan voor Doubtful. Deze fjorden zijn indrukwekkender dan Milford. Maar eerst vieren we An haar 27ste verjaardag. We liggen languit in een comfortabele bioscoopzetel. Met een Pinot Noir in de hand overlopen we snel even het avondschema. In enkele ogenblikken krijgen we Ata Whenua – Shadowland te zien. Dertig minuten lang worden we ondergedompeld in de extreme wildernis van de fjorden. Een helikopterpiloot besloot zijn vluchten boven fjordland vast te leggen op film. Hij vond alles wat hij elke dag rondom zich zag veel te mooi en wilde het tonen aan de wereld.

Het filmen op zich was geen probleem. Er was echter geen bioscoop in Te Anau. No worries. Dan bouwen we zelf wel een bioscoop, moest de piloot gedacht hebben. We hebben de vertoning van 6u. Zo meteen start een fantastisch schouwspel. Per helikopter duiken we de fjorden in, cirkelen we boven regenwouden en jagen we wild op langs klifranden. De opeenvolging van deze natuurlijke hoogtepunten doet ons naar adem snakken. We kijken elkaar verbaasd aan vooraleer we met de camera terug de diepte in duiken op zoek naar dolfijnen. Bij het naar buiten gaan kopen we snel de DVD. Dit willen we thuis tonen.

Versuft zijn we op weg naar de pizzeria voor een verjaardagspizza. Het worden 2 pizza’s en een portie lookbrood. Eens in de slaapzak gerold beklagen we ons de overdaad. Onze darmen communiceren onderling in een reeks krampen die de pizza’s zonder probleem terug ter hoogte van de keel duwen. Dit belooft als we morgen op de fjorden ronddobberen.

“In de fjorden varen is geen enkel probleem”, dacht Captain Cook als hij met zijn vloot voor de ingang van Doubtful Sound lag. “Maar er terug uit is een ander paar mouwen.” Omwille van de wind die vanuit de zee de Doubtful Sound inwaait is het moeilijk de fjorden terug uit te varen. Vandaar de naam Doubtful. Het is twijfelachtig dat je er kan uitzeilen. Dat er een felle wind vanuit de Tasmanzee waait, is zeker niet gelogen. Op het bovendek klampen we ons goed vast terwijl 0nze boot letterlijk en figuurlijk de fjorden terug wordt ingeblazen. We genieten onderweg van watervallen, dolfijnen en zeeleeuwen. We navigeren door smalle fjorden die omwille van de mist hun ware gelaat niet tonen. Zo gaat dat in de Doubtful. De ene moment heb je stralende zon, de andere sta je zeiknat te gapen naar een mistgordijn.

Ter hoogte van Deep Cove zie ik een kleine Koreaan op het trapje naar het voordek op zijn smikkel gaan. “Net goed”, denk ik bij mezelf. Het kereltje irriteert me vanaf de eerste moment met zijn non-stop geloop, gejoel en gespring. Ik mocht nooit springen op de zeilboot van mijn opa. “Veel te gevaarlijk”, zei hij altijd. “Voor je het weet moeten we je opvissen.” En gelijk had hij. De enige keren dat ik mocht springen was van de boot op de kade om de aanlegtouwen aan te geven. Het springen was tot op de seconde getimed. Mocht het een olympische discipline geweest zijn, ik had het goud op 1 been. Met of zonder schoenen. Korte of lange broek. Het maakte me allemaal niet uit. Keer op keer kliefde ik als een speer door het luchtruim. Ik heb niets tegen kleine Koreanen. Laat dat duidelijk zijn. Je wordt er gewoon nerveus van als ze geen seconde kunnen stilzitten en de boot als hun persoonlijke racebaan beschouwen.

Na een nat maar fantastisch bezoek aan de Sound, waaien we nog even een waterkrachtcentrale binnen alvorens we lake Manapouri oversteken op weg naar Te Anau en een portie verse fush and chups.

lieven en els op 17/09/11

Met wat vertraging nog een dikke verjaardagsknuffel van alle schutterkes en van hoylandtjes voor anneke! Ben gezond jaloers maar geniet van reisverslagen ! kuskes van elske en hare dikke vriend

lieve op 21/09/11

lijkt heel erg op Halung-bay in Vietnam ! wat een prachtige natuur!